Samenspel is een initiatief van de gemeente Goes
|
A
A
A
22 - 03 - 21

Rondtafelgesprek

Voor het rondtafelgesprek schuiven de fractievoorzitters Frans van der Knaap (CDA) en Marco Eestermans (PvdA) aan. Het thema is armoedebestrijding, maar het gesprek begint met de pandemie en hoe de gemeente daaruit gaat komen.

Het gesprek verloopt via een beeldverbinding. Ontmoetingen worden nog steeds ontmoedigd. Maar nu het vaccinatieprogramma op stoom komt, kan iedereen gaan denken over een tijd na de pandemie. ‘Dit is een beproeving, maar we gaan eruit komen’, opent Frans van der Knaap het gesprek. ‘Alleen zal het straks niet altijd vanzelfsprekend weer goed gaan. Dus is de vraag wat bijvoorbeeld ondernemers nodig hebben om tot een echt herstel te komen. Ook jongeren zullen hun achterstand in onderwijs of werkstage niet direct kunnen inlopen.’

Mooie initiatieven
Marco Eestermans beaamt dit. ‘Wat deze crisis duidelijk laat zien, is dat baanverlies, ziekte en schuldenproblematiek niet altijd het gevolg zijn van eigen handelen. De overheid springt nu financieel bij en we zien mooie particuliere initiatieven ontstaan. Hopelijk staan de overheid en samenleving ook na de pandemie klaar voor die mensen die hun bestaan niet zo snel op de rails krijgen.
Als positief ervaart hij de herwaardering voor de publieke voorzieningen. ‘We hebben gemerkt dat onderwijs geven toch echt een vak is. Dat de zorg heel hard werkt en tijdens de pandemie nog harder. Dat politie en boa’s hun best doen om zaken in goede banen te leiden.’

Menselijk contact
Ook Frans meent dat de maatschappij het afgelopen jaar ervaringen heeft opgedaan die blijvend zijn, zoals meer digitale vaardigheden en de mogelijkheden om meer thuis te werken. Tegelijkertijd benadrukt hij dat de pandemie vooral aantoont dat de behoefte aan menselijk contact heel groot is. ‘Ook na deze crisis zullen we tijd en energie blijven steken in aandacht voor elkaar, het intermenselijke contact. Dat is de basis voor een goede samenleving.’

Investeren in jeugd
Nu al is duidelijk dat de coronacrisis in veel landen de kloof tussen arm en rijk vergroot. Of dit ook voor de gemeente Goes geldt, is door alle steunmaatregelen nog onduidelijk, maar het ligt voor de hand. Waar deze kloof wel snel zichtbaar werd, is in het onderwijs. Marco: ‘Er zijn gezinnen die geen computer hebben waar kinderen hun schoolwerk op kunnen doen. Rustig werken is in kleinbehuisde gezinnen lastig. Daardoor nemen de verschillen tussen kinderen toe.’
Frans benadrukt dat armoede niet puur een financieel probleem is. Ook sociaal gezien ondervinden arme gezinnen tal van problemen wat weer heeft effect op de kinderen. ‘Wij beschouwen armoede als een breed onderwerp dat om een brede aanpak vraagt. Door heel veel te investeren in de jeugd, families en directe omgeving, kunnen kinderen zich aan armoede ontworstelen. Het maatschappelijk middenveld, dus allerlei organisaties in de samenleving, heeft daar een rol in. Dat is het cement van onze maatschappij. De overheid beschouwen wij als laatste vangnet. Die moet er wel zijn, maar het draait in eerste instantie om de buren, de school, collega’s, de sportverenigingen.’

Naast de inwoner staan
Beide fractievoorzitters willen aandacht voor verborgen armoede. Vaak gaat het om inwoners met een slecht betaalde baan waardoor zij onvoldoende verdienen om financieel het einde van de maand te halen. Omdat ze werk hebben, zijn deze mensen niet snel in beeld als het om armoedebestrijding gaat.
‘Er rust een taboe op armoede en er is veel schaamte’, weet Marco. ‘Onterecht want armoede kan je zomaar overkomen, bijvoorbeeld door een langdurige ziekte, een echtscheiding, het overlijden van de partner waardoor er inkomensverlies is, of je verliest je baan.’ Waar Frans de nadruk legt op de rol van de samenleving, vindt Marco dat juist de gemeente naast de burger moet gaan staan en met oplossingen moet komen. ‘Zorg daarbij voor maatwerk. Als de gemeentelijke sportvergoeding maximaal 100 euro is en de contributie van de voetbalvereniging is 30 euro meer, regel dat dan.’
Met dat laatste kan Frans het alleen maar eens zijn. ‘Het gaat om de menselijke maat. Ga in gesprek met de mensen zodat je weet wat er leeft en voer niet star de regels uit. Je moet het maatwerk wel goed kunnen uitleggen, anders ontstaat er willekeur.’

Aanvullende voorstellen
De gemeente heeft de Kadernota Armoedebeleid 2017-2020 opgesteld. Afgelopen jaar is gewerkt aan de concrete invulling van het beleid. Oppositiepartij PvdA had drie belangrijke aanvullingen op deze uitwerking van de kadernota. ‘Wij willen dat de armoedeval wordt voorkomen. Dus als mensen vanuit een uitkering gaan werken, dat ze dan niet door de huidige regelgeving erop achteruitgaan. Verder kan de gemeente haar rol pakken door schulden over te nemen van schuldeisers. De inwoner met schulden betaalt die nog steeds terug, maar heeft dan alleen met de gemeente te maken en niet met meerdere schuldeisers en deurwaarders. De gemeente kan bovendien een maximumbedrag stellen aan haar eigen boetes en incassokosten. En er moet meer maatwerk komen om werkende armen beter te ondersteunen als ze net buiten een regeling vallen. Verborgen armoede is een lastig onderwerp om aan te pakken, terwijl je met preventie zoveel kunt betekenen.’

Menselijke maat
Als fractievoorzitter van coalitiepartij CDA is Frans heel tevreden met de uitwerking van de kadernota. Hij staat ook achter de aanvullingen van de raad. ‘De menselijke maat is altijd belangrijk, want niet alle regels helpen in elke situatie. Ook preventie vraagt extra aandacht. Dat begint al met schoollessen over omgaan met geld en over hoe je aankoopverleidingen kunt weerstaan. Mensen met schulden geven vaak aan dat er een kantelmoment was waarbij de juiste hulp het verschil had kunnen maken. Op dat moment moeten we erbij zijn.’

Draagvlak
Beide fractievoorzitters merken dat de samenwerking tussen het college en de raad deze bestuursperiode verbetert. Frans: ‘We weten elkaar steeds beter te vinden in de uitvoering en we luisteren beter naar elkaar.’ Dat bevestigt Marco: ‘Het college timmert onderwerpen niet meer zo dicht waarbij de raad alleen een “voor” of “tegen” kan zeggen. De insteek is nu “is het uitvoerbaar?”. Dat geeft ruimte voor dialoog en meer draagvlak.